Alternatieve- en complementaire geneeswijze bij kanker - Enquete VVAA

 

Nederlanders maken steeds meer gebruik van alternatieve geneeswijzen (CAM), ook bij kanker. Zo blijkt uit een grote enquête.


 
In het tijdschrift Arts en Auto zijn de resultaten gepubliceerd van een enquête onder een paar duizend artsen en andere hooggekwalificeerde zorgprofessionals over  alternatieve geneeskunde (CAM). Het merendeel van de artsen staat op zich open voor complementaire geneeskunde en neemt een vrij tolerante houding aan. Boeiend is dat op de vraag: Vindt u dat alternatieve geneeswijzen toegevoegde waarde hebben in vergelijking met reguliere geneeskunde? vindt meer dan de helft van wel (specialisten en huisartsen: 55%), en 42% vindt van niet. Ook bleek de meerderheid der artsen te verwachten dat in de toekomst het gebruik van alternatieve geneeskunde zal toenemen.

 
Meer dan de helft van alle artsen meent dat alternatieve behandelingen (CAM) effectief kunnen zijn. Slechts 14% van alle artsen meenden dat complementaire geneeskunde niets doet of schadelijk is. De rest oordeelt genuanceerd: 33% meent dat als alternatieve geneeswijzen iets doen, dit op psychisch niveau gebeurt, via een placebo-effect. 18% vindt dat ze wel werken bij sommige aandoeningen, maar dan minder goed dan de reguliere geneeswijze. 33% vindt dat ze bij sommige aandoeningen even goed werken als de reguliere geneeswijzen, en 2% meent dat dit bij alle aandoeningen het geval is.

 
Alternatieve Nederlandse huisartsen werken 15% goedkoper. Dat is de conclusie van een recent Nederlands onderzoek van Peter Kooreman en Eric Baars. Patiënten boven de 75 jaar die een antroposofische huisarts bezoeken zijn zelfs 25% goedkoper. Dat complementair werkende artsen goedkoper zijn, werd ook in het verleden herhaaldelijk aangetoond, o.a. op basis van gegevens uit de VS en uit Zwitserland. Nu geldt het dus ook in ons land. De onderzoekers bestudeerden de gegevens van alle 150 duizend verzekerden bij de Haagse zorgverzekeraar Azivo.

 
Volgens de onderzoekers worden de verschillen veroorzaakt door ander gedrag van zowel patiënt als arts. Patiënten met een voorkeur voor weinig medische interventies kiezen mogelijk eerder voor een complementair werkende arts. Tegelijkertijd zijn complementair werkende artsen minder gericht op symptoombestrijding en meer op het aanspreken van het zelfherstellend vermogen van patiënten.

Dat gaat gepaard met terughoudendheid in het voorschrijven van relatief dure reguliere medicijnen, tests en operaties.De onderzoekers vinden geen aanwijzingen dat de patiënten van een complementair werkende arts onvoldoende zorg krijgen. Hun patiënten hebben zelfs een iets hogere levensverwachting dan patiënten van reguliere huisartsen, ook wanneer wordt gecorrigeerd voor verschillen in sociaaleconomische status.

Deze bevindingen zijn voor de huidige politiek zeer interessant aangezien er duidelijk bezuinigd moet worden.

 
Reactie plaatsen