Bernie Siegel - Lessen van wonderbaarlijke patienten (voorwoord 3)

  • Uit het voorwoord van het boek 'Lessen van wonderbaarlijke patienten' van de Amerikaanse chirurg Bernie Siegel door Dr. Marco J. De Vries, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (vervolg)...

Voorwoord 3 Lessen van wonderbaarlijke patiënten

...Twee belangrijke psychosociale factoren waarvan gevonden is dat zij bij mens en dier een ongunstige invloed hebben op de immuunafweer en de weerstand bij kanker zijn hulpeloosheid en sociale isolatie. Hulpeloosheid is een toestand waarbij men de, al of niet realistische , ervaring heeft weinig of geen invloed te kunnen uitoefenen op de situatie waarin men verkeert. Het is een toestand die leidt tot wanhoop (hopeloosheid) en verlies van zelfrespect. De psychologische term daarvoor is depressie of teneergeslagenheid. Een veel voorkomend gevolg hiervan is het opgeven van de eigen individualiteit en het loslaten van de eigen grenzen, waardoor iemand zich passief en meegaand gaat onderwerpen aan de omstandigheden en de eisen van andere mensen. Ook komt het voor dat iemand de crisis waarin hij verkeert blijft ontkennen. In de diepste zin leidt de ervaring van hulpeloosheid tot een verlies van de menselijke waardigheid.

Sociale isolatie is de wat afstandelijke sociologische aanduiding voor een gebrek aan contact en zorg. Zowel direct lichamelijk als emotioneel contact hebben invloed op vele lichaamsfuncties. Bij mens en dier heeft bijvoorbeeld zorgzame aanraking een positieve invloed op de hartfunctie en de bloeddoorstroming van het hart. (Zie ook “Het gebroken hart” van J.J. Lynch, Uitg. Boom, Scheltema en Holkema) Bij gebrek aan lichamelijke aanraking treedt bij kinderen in het eerste levensjaar maar ook bij jonge apen een achterstand op van de lichaamsgroei (zogenaamde deprivatie-dwerggroei). Verlies van een geliefd persoon door bijvoorbeeld sterfte of echtscheiding, kan leiden tot een afname van bepaalde immunologische afweerfuncties, die tenminste tot één jaar na het verlies kan aanhouden. Uit Amerikaanse statistieken blijkt dat gescheiden personen in doorsnee een 1.5 tot 4 maal zo hoog risico hebben op het krijgen van vele verschillende vormen van kanker. Tenslotte, muizen die van hun kolonie waarin ze zijn opgegroeid worden geïsoleerd of worden overgeplaatst naar een andere, vreemde, kolonie, hebben minder weerstand tegen de groei van geënte kankercellen dan muizen die niet geïsoleerd werden.

Bernie Siegel

In het licht van deze complexe invloeden van “liefde” op het lichamelijke functioneren, wordt de moeite die Darwin had met het bestuderen van de “sterkste” van alle emoties begrijpelijk. We zien echter ook dat wetenschappelijk onderzoek van mens en dier in sociaal isolement of buiten hun sociale context, kan leiden tot onjuiste of irrelevante conclusies. De wetenschap van de objectieve waarneming die de subjectieve beleving buiten haakjes heeft geplaatst, heeft echter ook het geperfectioneerde instrumentarium opgeleverd waarmee liefde, in wetenschappelijke termen, bij wijze van spreken meetbaar is geworden.

Voor de mogelijkheid dat psychologische factoren en de kwaliteit van intermenselijke relaties een invloed kunnen hebben op het verloop van kanker, hebben wij zelf aanwijzingen gevonden bij onze studie van het verschijnsel van de “spontane” regressie van kanker (SRK) wordt een tijdelijke of permanente teruggang van kanker verstaan, die niet door medische behandeling kan worden verklaard. Het betreft meestal vergevorderde stadia van kanker bij mensen die behandeling weigeren of bij wie geen behandeling meer mogelijk is.

Gedurende een periode van enkele jaren werden zeven van zulke gevallen door ons opgespoord. Nadat door ons uit de toegezonden klinische gegevens werd bevestigd dat zij aan kanker hebben geleden, hebben wij deze mensen opgezocht en geïnterviewd. We hebben hen vervolgens vergeleken met een groep patiënten die leden aan een progressief verlopende kanker (PRK), maar die nog wel in een goede lichamelijke conditie waren. Wij constateerden dat in alle gevallen van SRK, de betrokken personen in de periode direct voorafgaande aan de teruggang van hun kanker, een ingrijpende, vrij plotseling tot stand gekomen verandering van geestelijke instelling en/of de kwaliteit van hun sociale relaties hadden doorgemaakt. Zulke veranderingen waren bij de PRK-patiënten niet of in geringere mate opgetreden. De voornaamste veranderingen waren:

Wat deze patiënten kenmerkt

1.         Een verhoogd lichamelijk bewustzijn dat vaak gepaard ging aan een besef van wat wel en wat niet goed was voor hun gezondheid en herstel, bijvoorbeeld in termen van dieet of medische behandeling.

2.         Een verandering van afhankelijkheid en hulpeloosheid naar een ervaring van autonomie, eigenwaarde en zelfrespect. Vaak uitte zich dit in het stellen van grenzen aan anderen. In vijf van de zeven SRK-gevallen betrof dat ook het opzoeken van een alternatieve geneeswijze. Er waren grote verschillen in vormen van alternatieve behandelingsmethodes, zodat het niet aannemelijk is dat één methode op zich een invloed op de gezwelgroei heeft gehad.

3.         Alle SRK-patiënten waren min of meer bewust door een periode van depressie gegaan. Zij waren de wanhoop, angst en ontreddering niet uit de weg gegaan, zoals wèl het geval was met de meeste PRK-patiënten. Door de depressie heen gekomen, kwam er een gevoel van hoop en “er weer tegen aan te kunnen gaan”. Het leven werd door hen weer in eigen handen genomen.

4.         Een extentiële verandering. Hiermee wordt bedoeld een verandering van levensvisie en een verruiming van mens- en wereldbeeld. Dit had als gevolg dat het leven als rijker en zinvoller werd ervaren dan voorheen, vooral in de dagelijkse “kleine dingen” van het leven. In de woorden van één van hen:

“Ja, ik genoot van de mensen om me heen, van alles en dat werd dan omgezet in lachen en stralen….Ik had het gevoel dat ik de hele wereld aankon.”

“Ik ben een stuk milder geworden ten opzichte van mensen. Van, goh, voorzichtig, wie ben ik? Ik zal niet gauw oordelen.”

“Ik heb duidelijk het gevoel dat ik vanaf het moment dat ik kanker kreeg, vanaf dat moment ben gaan leven.”

5.         Een verandering in positieve zin van de kwaliteit van sociale relaties. Dit uitte zich vaak in een liefdevollere relatie met partners en/of familie en vrienden. Dat dit meer betekent dan “lief zijn voor elkaar”, blijkt daaruit dat alle SRK-patiënten ook leerden meer op te komen voor hun eigen behoeften en grenzen te stellen in de relatie met anderen. Een wonderbaarlijk voorbeeld van deze relationele categorie is een van onze SRK-patiënten, een jongen, die toen hij tien jaar oud was, een kwaadaardig gezwel kreeg van het bot van een onderbeen. Hij en zijn ouders weigerden de voorgestelde amputatie van het been. De hele familie wist dat hij in levensgevaar verkeerde. Samen met de bewoners van het dorp waar deze jongen woonde, organiseerden zij negen dagen lang gebedsstonden voor hem. Zijn ouders vertelden ons dat zijn ondragelijke botpijn kort na het begin van die bijeenkomsten plotseling was verdwenen. De jongen is inmiddels een volwassen man geworden.

Uit 'Lessen van wonderbaarlijke patiënten' van de Amerikaanse chirurg Bernie Siegel


 
Reactie plaatsen