Page content

Bernie Siegel – Lessen van wonderbaarlijke patienten (voorwoord 2)

  • Onderstaand het voorwoord dat Dr. Marco J. De Vries, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam schreef in het boek ‘Lessen van wonderbaarlijke patiënten’ van de Amerikaanse chirurg Bernie Siegel. In de titel van het boek is het woord ‘wonderbaarlijk’ een enigszins ongelukkige vertaling van het woord ‘exceptional’ dat Bernie Siegel zelf hanteert. Exceptional betekent ‘uitzonderlijk’ en het boek beschrijft wat Siegel van zijn uitzonderlijke patiënten leerde over de lichamelijke en geestelijke veerkracht van bepaalde patiënten.

Bijzonder van dit boek is dat het wereldwijd geaccepteerd is als een belangrijk aspect van genezing en dit zien we ook weerspiegelt in de Nederlandse uitgave die dus ingeleid wordt door een hoogleraar.

Voorwoord 2 uit Lessen van wonderbaarlijke patiënten

Alhoewel de emotie van liefde…..een van de sterkste is waartoe de geest in staat is, kan men nauwelijks zeggen dat zij op een voor haar kenmerkende wijze tot uitdrukking komt.
– Charles Darwin

De hierboven geciteerde uitspraak van Darwin komt uit het boek “De uitdrukking van de emoties in mens en dier”, dat zo mogelijk van nog grotere betekenis voor de ontwikkeling van de levenswetenschappen in de twintigste eeuw is geweest dan zijn bekender geworden boek “De oorsprong van de soorten”. Met deze uitspraak illustreert Darwin de overtuiging dat liefde niet wetenschappelijk te bestuderen valt. Liefde is niet meetbaar omdat het zich fysiologisch niet op een bepaalde, kenmerkende, wijze manifesteert. Deze overtuiging heeft grote invloed gehad op het denken in de moderne fysiologie (functieleer) en in de medisch-biologische wetenschappen in het algemeen. De Amerikaanse fysioloog en grondlegger van de moderne psychosomatische geneeskunde, Walter Cannon geeft aan zijn baanbrekende boek, dat de invloed van emoties op vele lichaamsfuncties beschrijft, de titel: “Lichaamsveranderingen bij pijn, honger, angst en woede”. Noemt Darwin, zij het aarzelend, de liefde nog wel, na Cannon is deze emotie, “de sterkste waartoe de geest in staat is”, uit de wetenschappelijke literatuur verdwenen. Sterker nog, men ging menselijk contact als een storende factor beschouwen bij wetenschappelijk onderzoek. De Russische fysioloog Uvan Petrovich Pavlov, beroemd geworden door zijn ontdekking van de geconditioneerde reflex, constateerde dat proeven met honden waarbij hij de maagsapuitscheiding bestudeerde, onberekenbare uitkomsten hadden wanneer de honden in direct contact met de onderzoekers stonden. Vandaar dat hij zijn honden voortaan in zogenaamde Pavlov-kamers isoleerde. Dit vond later navolging in ander experimenteel fysiologisch en psychologisch  onderzoek. Daardoor zijn onder andere de “Skinner-isolatiekooien” gemeengoed geworden. De cirkel werd gesloten, het is in het laboratorium principieel onmogelijk geworden de invloed van menselijk contact zelfs maar waar te nemen.

Het principe van “isolatie” heeft op ingrijpende wijze en grote schaal in het klinisch en experimenteel medisch wetenschappelijk onderzoek doorgewerkt. In die zin dat de idee groeide dat “objectief”, “reproduceerbaar” onderzoek vereist dat het onderzoekssubject geïsoleerd van zijn omgeving moet worden bestudeerd, zodat omgevingsinvloeden, waaronder die van de onderzoeker zelf, geen “storende” factor meer kunnen zijn. Dit betekent dat, ook bij klinisch medisch en zelfs bij veel psychologisch onderzoek, een “laboratoriumsituatie” wordt geschapen, waarbij het onderwerp van onderzoek buiten zijn normale context wordt onderzocht, dus afgezonderd van de vele psychologische en sociale relaties waar iemand in het dagelijkse leven deel aan heeft. Het was daarmee voor de medische wetenschap tot voor kort onmogelijk de belangrijke invloed van psychosociale factoren op de vatbaarheid voor en het herstel van ziekte te onderkennen.

Bernie Siegel

Deze onderwaardering van psychologische (onder andere emotionele) en sociale factoren in de ziektekunde en de gezondheidsleer, heeft geleid tot een verwaarlozing van het werk van psychosomatici, te beginnen met dat van Cannon. Door het ontstaan van de “kiemtheorie” onder invloed van de baanbrekende ontdekkingen van de Franse bacterioloog Louis Pasteur, werd dat nog meer bevestigd. Ziekte wordt veroorzaakt door een vanuit de omgeving inwerkende oorzaak. In het begin waren dit de ziekteverwekkende micro-organismen. Later werd echter het principe van “één ziekte, één uitwendige oorzaak” impliciet verruimd tot andere oorzaken, zoals radioactieve straling, carcinogenen of een van de ouders overgeërfd onvolwaardig gen. In de terminologie van de Franse fysioloog Claude Bernard wordt de betekenis van “le grain” (de kiem) overgewaardeerd ten koste van “le terrain” (de vatbaarheid en de afweerkrachten van het organisme). Om ziekte te voorkomen of te genezen moet men volgens deze opvattingen dus de kiem bestrijden. Het gevolg van deze zienswijze is de wijdverbreide, deels onbewuste, vóóronderstelling dat mensen zelf weinig of geen invloed hebben op ziekte en gezondheid en daar dus geen verantwoordelijkheid voor kunnen nemen. Vandaar dat anti-rook campagnes en propaganda voor gezondere leefwijzen betrekkelijk weinig positieve resultaten opleveren.

De kiemtheorie is zeer succesvol geweest voor de bestrijding van de meeste infectieziekten. Het blijkt echter al enige decennia dat zij te kort schiet in de strijd tegen de moderne “plagen” van de westerse mens, zoals coronaire hartziekten en kanker. Zelfs gaat het er naar uitzien, dat de kiemtheorie ook niet toereikend is bij de preventie en de behandeling van onze meest recente plaag, Aids, nog wel een “virusziekte”! We kunnen er niet meer omheen dat wij ons denken over ziekte en gezondheid zullen moeten verruimen.

Sinds ongeveer 1977 komen er uit de medisch-biologische literatuur in toenemende mate “harde” aanwijzingen dat sociale factoren (onder andere economische status) en psychologische factoren (onder andere emotionele), voorzichtig gesteld, een niet onaanzienlijke invloed kunnen hebben op het ontstaan van ziekten en het helingsvermogen van het organisme. Dit geldt met name ook voor coronaire hartziekten en kanker en misschien ook voor Aids. Er zijn aanwijzingen dat ongunstige psychosociale condities de weerstand van het organisme tegen ziekten langs directe weg beïnvloeden, en niet indirect door verhoogde blootstelling aan uitwendige ziekmakende factoren, zoals bijvoorbeeld roken en alcoholmisbruik. Een van deze wegen is via de immunologische afweer. Zeer recent zijn verbindingen ontdekt tussen bepaalde hersencentra en de organen van het immuun-afweersysteem, zoals beenmerg, thymus, milt en lymfeklieren. Via deze neuro-endrociene verbindingen kan een geestestoestand in principe directe invloed hebben op de afweer van het organisme, in positieve, zowel als in negatieve zin. Een van de celsoorten die voor deze mechanismen gevoelig is, is de zogenaamde “natural killer” (NK) cel, een cel waarvan men aanneemt dat die een belangrijke functie heeft bij het opzoeken en opruimen van ontspoorde lichaamscellen zoals kankercellen.

Uit ‘Lessen van wonderbaarlijke patiënten’ van de Amerikaanse chirurg Bernie Siegel

 

Comment Section

0 reacties op “Bernie Siegel – Lessen van wonderbaarlijke patienten (voorwoord 2)

Plaats een reactie


*