Page content

Bondgenoot, autobiografie van een immuuncel – creativiteit

  • Onderstaand een stuk tekst uit het boek ‘Bondgenoot, autobiografie van een immuuncel’.

Bestel Bondgenoot hier.

Wat speelt er?

Nadat Bondgenoot de weg is kwijtgeraakt, wordt de mens waarin hij leeft ernstig ziek in zijn prostaat. De cellen daar bezwijken en worden een soort ‘lege cellen’ die hun taak niet meer uitvoeren. Witjas heeft Medicijn en Straling voorgeschreven en Bondgenoot wordt wakker geschud door de ernst van de situatie. Hij gaat op onderzoek uit, hervindt zijn kracht en wordt leider van het immuunsysteem. Onder zijn aanvuring gaan de immuuncellen naar de prostaat om daar de zieke cellen op te ruimen. Na een eerste confrontatie komen de immuuncellen bij elkaar om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Uiteindelijk leidt dit tot het ontdekken van het geheim van genezing…

Bondgenoot – Nieuwe wegen

De nieuwe bijeenkomst

De immuuncellen die onder mijn aanvoering voor de mens streden, hadden vrienden en kennissen uitgenodigd om op onze nieuwe bijeenkomst aanwezig te zijn. Er verzamelden zich meer dan honderdduizend immuuncellen en daarom moesten we onze bijeenkomst in meerdere lymfeknopen tegelijkertijd organiseren. Dat is voor ons immuuncellen geen probleem, want wij lijken op het eerste gezicht misschien ‘losse’ cellen die overal door de mens reizen, maar in werkelijkheid zijn we één samenhangend orgaan, net zoals bijvoorbeeld de maag of de lever. Ook al bevinden we ons op grote afstand van elkaar, toch kunnen we direct met elkaar communiceren. Wanneer wij ons bijvoorbeeld op een bepaald gebied van de mens instellen, dan voelen wij intuïtief wat er in dat gebied aan de hand is. Een ander voorbeeld: als wij in het beenmerg liggen te slapen en er dreigt gevaar in de mens, dan worden wij direct wakker. We ruiken bij wijze van spreken het gevaar en worden ernaartoe getrokken. Wanneer wij tijdens onze strijd hulp nodig hebben, schieten andere immuuncellen ons direct te hulp. Wij zijn bijzonder gevoelig en kunnen op grote afstand waarnemen. Daarom was het geen probleem de bijeenkomst op meerdere plaatsen tegelijk te organiseren.

Ik keek rond. Overal stonden kleine groepjes cellen met elkaar te praten. Sommigen waren zwaar gewond door de strijd die ze gevoerd hadden, anderen keken verdrietig of leken teleurgesteld. Enkelen vielen op doordat ze kracht en zelfvertrouwen uitstraalden. Er was duidelijk veel gebeurd met iedereen de afgelopen dag! Het gevoel van verbondenheid dat tijdens de eerste bijeenkomst was ontstaan, leek sterker geworden. Het was alsof de gezamenlijke strijd de immuuncellen met elkaar had verbonden.

‘Dankjewel voor jullie moed en durf. Ik ben bijzonder trots op jullie!’, sprak ik en mijn kroon straalde. ‘Wat hebben jullie vandaag ontdekt?’

Een immuuncel stapte naar voren.

‘Ik wil mijn broeders en zusters bedanken. Het is fantastisch om samen voor de mens te strijden. Ik voel me gelukkiger dan ooit.’

‘Ja’, vulde een andere cel aan, ‘en ik wil Prostaatcel ook bedanken. Ik ben werkelijk onder de indruk van de manier waarop hij zijn best doet. Wat heeft hij zich lang staande weten te houden onder moeilijke omstandigheden!’

Er klonk instemming van meerdere kanten. Een oude cel nam het woord.

‘Ik voel me schuldig. Terwijl ik in het beenmerg vakantie hield, heb ik altijd wel gevoeld hoeveel Prostaatcel leed, maar ik wilde het niet weten. Het herinnerde me teveel aan mijn eigen pijn en mijn gemis aan Taak. Ik heb Prostaatcel laten stikken en nu is hij bezweken onder zijn pijn en veranderd in een lege cel. Ik herken mezelf in hem.’ Hij keek de andere immuuncellen aan. In de lijnen van zijn gezicht en in zijn ogen zag je hoeveel hij zich het gebeurde aantrok.

Er klonk geroezemoes. Een aantal cellen herkenden wat de oude cel gezegd had, maar de meeste waren het niet met hem eens. Eén van hen stond op.

‘Dat klinkt mij te sentimenteel’, sprak hij krachtig. ‘De lege cellen lijken niet op ons. Bovendien zijn ze een gevaar voor de mens. Ik heb uit alle macht tegen de lege cellen gevochten, maar ik kreeg geen vat op ze. Als ik het kon, zou ik ze doden om de mens te beschermen.’

Hij kreeg bijval van meerdere kanten. Een kleine, angstige cel, half verscholen achter enkele andere immuuncellen, riep afgeknepen:

‘Ook ik ben bij de leegte geweest. De leegte is slecht en moet gestraft worden. De sterkste immuuncellen moeten de leegte heel streng straffen!’

Meer en meer cellen begonnen door elkaar te praten. Het werd onrustig, alsof de angst voor de leegte die velen voelden nu een uitweg zocht. Ik stond op. Het was alsof alle aandacht automatisch naar mij ging.

‘Ik heb een vraag voor jullie’, sprak ik rustig. ‘Stel dat het verboden is om tegen de leegte te vechten, welke andere mogelijkheden hebben we dan om van hem te winnen?’

Stel dat het verboden was om tegen de leegte te vechten? Wat was dat nu voor een idiote opmerking? Wat bedoelde Bondgenoot? Zijn stem had heel rustig geklonken, alsof hij werkelijk had gemeend wat hij zei.

‘We kunnen…’ begon een cel, maar vervolgens stotterde hij: ‘We kunnen… uh, tja, ik weet niet wat we verder doen kunnen’.

‘We kunnen de lege cellen aanmoedigen’, sprak een immuuncel voor de grap. Op de één of andere manier brak zijn opmerking het ijs.

‘Ja!’, riep een ander. ‘Laten we ze belonen voor hun harde werk!’

Het had een beetje cynisch geklonken, maar gek genoeg vonden enkelen het idee zo gek nog niet.

‘Misschien verdienen ze dat wel’, bracht er één zijn gedachten onder woorden. ‘Ze hebben per slot van rekening al heel lang hun best gedaan om het vol te houden.’

‘Ja, langer dan wij. Wij hebben vakantie gevierd in het beenmerg’, werd er aangevuld.

‘Misschien kunnen we de lege cellen onze hulp aanbieden. We zouden hun taak een poosje kunnen overnemen, zodat ze wat kunnen uitrusten.’

Het was even geweest alsof het moeilijk was het oude, vastgeroeste idee van ‘vechten tegen’ los te laten, maar nu de immuuncellen eenmaal een begin gemaakt hadden, kregen ze de smaak te pakken. Het leek alsof er tientallen mogelijkheden waren om de situatie aan te pakken. Iedereen wilde iets zeggen en genoot van de nieuwe ideeën. Je kon vechten voor de lege cellen, naast de lege cellen, of met ze. Je kon lief voor ze zijn, ze helpen, straffen, belonen, in een hoek zetten, verbannen of juist toejuichen. Er was van alles mogelijk. Wist jij veel? Misschien zou het nog werken ook! Het was immers nog nooit uitgeprobeerd. Tot nu toe waren er slechts twee dingen gedaan. Of de immuuncellen hadden de situatie genegeerd, of zij waren uit angst gaan vechten tegen de leegte. Beide manieren hadden niets uitgehaald.

Doordat ze niet meer bezig waren met vechten tegen de lege cellen, maar nadachten over manieren die meer met en voor de lege cellen waren, was het idee dat de lege cellen broeders of zusters waren ook een stuk dichterbij gekomen. Als je er op een andere manier over nadacht, leek het wel alsof de lege cellen beter waren dan de andere cellen van de mens. Ze hadden in ieder geval het meest geleden onder het gebrek aan bezieling in de mens en ze maakten het probleem voor iedereen zichtbaar.

Ik stond opnieuw op. Ik had genoten van de creativiteit van de cellen.

‘Ik ben trots op jullie. Ik heb het lijstje met onze taken bewaard.’ Ik haalde het lijstje tevoorschijn.

* Immuuncel komt voor de mens op

* Immuuncel reist door de mens op zoek naar onrecht

* Immuuncel beschermt de mens tegen vijanden en indringers

* Immuuncel verwijdert oude en zieke cellen

* Immuuncel verwijdert cellen die hun taak niet meer kunnen uitvoeren

* Immuuncel moedigt cellen aan hun werk zo goed mogelijk te doen

* Immuuncel heeft als taak de mens te helpen zich te ontplooien

* Immuuncel creëert een teamgevoel onder de cellen van de mens

* Immuuncel draagt bij aan het geluk van de mens

* Immuuncel houdt Grote Wijsheid in ere

‘Kies de zin die je het meest aanspreekt’ sprak ik, ‘en ga gewapend met die zin naar de leegte. Onderzoek hoe je de leegte kunt aanpakken. Maak je één met de leegte! Wees niet bang immuuncel, want je bent ontzettend sterk. Sterker dan je denkt. Veel succes. En vergeet niet: ga samen op pad. Help elkaar! Ik ga met jullie mee’.

Creativiteit

Met honderdduizenden waren we naar de prostaat gegaan en we hadden een dag lang hard gestreden. Er was meer vooruitgang geboekt dan in alle jaren daarvoor. We hadden allemaal onze taak zo goed mogelijk proberen uit te voeren en wanneer de aanpak weinig effectief bleek, hadden we een andere aanpak uitgeprobeerd. We hadden werkelijk de gekste dingen bedacht. Eén cel was zelfs op zijn kop gaan staan en had gekke gezichten naar de leegte getrokken. Veel cellen hadden daar hartelijk om moeten lachen. De gezamenlijke creativiteit had de angst van de dagen daarvoor doorbroken. Die dagen waren zo enorm serieus en stijfjes geweest!

Het algemene plezier en de vrijheid waarmee iedereen aan het werk was, deed Prostaatcel duidelijk goed. Hij voelde zich gesteund door alle aandacht en hulp. Meerdere immuuncellen slaagden er in om de lege cellen te recyclen zoals ik dat voorgedaan had. Ze bevrijdden de lege cel van zijn pijn en hergebruikten zijn cel. Ze glommen van trots terwijl ze dat deden en ze voelden dezelfde onoverwinnelijke kracht die ik ook kende.

Er gebeurde die dag iets vreemds dat alleen mij opviel. De gezamenlijke creativiteit en de energie van de immuuncellen leek de leegte te beroeren. Het was alsof de lege cellen die vastgeroest zaten in een patroon van domme herhaling, nieuwe mogelijkheden zagen om te functioneren, want ik had een lege cel voor mijn ogen zien veranderen in een gewone prostaatcel!!! Toen het gebeurde had hij mij aangekeken en gefluisterd:

‘Dankjewel Bondgenoot’, en hij had vervolgens zijn Taak opgepakt alsof er nooit iets aan de hand was geweest. Ik had het idee dat de lege cel de creativiteit en levensenergie van de immuuncellen had geabsorbeerd en dat hij de vloek waarin hij gevangen had gezeten, had doorbroken.

Ik wreef in mijn ogen en wist niet of ik gedroomd had of dat het echt was gebeurd. Daarom durfde ik niemand te vertellen wat ik had gezien.

Diep in de nacht riep ik alle immuuncellen bij elkaar. Kort en krachtig bedankte ik hen voor hun creativiteit en inzet.

‘Rust uit’, zei ik. ‘Jullie kunnen trots zijn op jezelf en op elkaar. Morgen om negen uur verwacht ik iedereen bij het hart. Het hart zal jullie een belangrijke les leren.’

Vervolgens waren de immuuncellen gaan slapen. Ik had nog uren voor me uit zitten staren. Ik was geraakt door de enorme inzet van de immuuncellen. Ik was gelukkig en dankbaar en liet dat gevoel op de in- en uitademing zachtjes door mijn wezen golven. Dat was buitengewoon aangenaam en het gaf mij meer energie dan de slaap mij geven kon.

Het hart

De volgende morgen heel vroeg waren er alweer duizenden immuuncellen aan het werk in de prostaat, maar zoals afgesproken onderbrak iedereen om negen uur zijn werkzaamheden en ging naar het hart.

‘Goedemorgen’, sprak ik iedereen toe, ‘ik ben blij dat jullie gekomen zijn. Het hart heeft mij belangrijke lessen geleerd in mijn strijd met de lege cellen. Zonder het hart had ik de leegte nooit overwonnen. Voordat het jullie toespreekt, wil ik iedereen vragen om door het hart heen te stromen’.

Ik was nauwelijks uitgesproken of het hart ontspande zich en zoog de eerste immuuncellen aan. Ze werden bijna helemaal geplet en met enorme kracht de grote lichaamsslagader ingepompt. Met honderden tegelijk kolkten ze het hart binnen en even onstuimig werden ze de bloedbaan weer ingespoten. Menigeen was totaal beduusd van de enorme kracht van het hart. Enkelen voelden zich zelfs beledigd door de ferme manier waarop ze behandeld werden. Het hart zelf vond het allemaal geweldig. Het deed niets liever dan bloed rondpompen en cellen platdrukken en wegpompen met alle liefde die het in zich had. Toen iedereen geweest was, verzamelden ze zich weer rondom het hart. De meesten voelden zich op een wonderlijke manier verfrist. Het was alsof de onstuimige manier waarop het hart hen liefhad, ze liet voelen hoe sterk ze zelf waren.

‘Is het niet gevaarlijk om zo sterk te zijn?’ vroeg een immuuncel voorzichtig. Het was de cel die zich gewoonlijk achter de andere immuuncellen verschool.

‘Nee hoor’, sprak het hart. ‘Het is juist gevaarlijk om slap te zijn. Dat brengt de mens in gevaar. Als ik bijvoorbeeld slap doe, is de mens vrijwel op slag dood. Als jullie slap doen, krijgen allerlei ongerechtigheden de kans om de mens te bedreigen.’

‘Ja, maar…’, begon een andere immuuncel, ‘misschien doe je een ander pijn…?’ Hij was nog niet uitgesproken of hij werd door het hart naar binnen gezogen. Hij stortte de rechter hartkamer in en werd de volgende seconde gelanceerd met zo’n snelheid dat zijn celoppervlak vervormde door de enorme tegendruk. Hij wilde zijn mond opendoen om te protesteren, maar voordat hij iets kon zeggen, stopte Longcel hem boordevol levengevende zuurstof en was hij alweer terug in de linker hartkamer. In de linker hartkamer werd hij met nog meer kracht gelanceerd. Hij schoot vervolgens de eerste de beste slagader naar het hart in en kwam volledig beduusd en gedesoriënteerd weer bij de andere cellen terug. Hij wilde iets zeggen, maar was vergeten wat. Eigenlijk had hij het geweldig gevonden. Het was razend spannend geweest, alsof hij in de achtbaan van een pretpark gezeten had en hij had het wel uit willen gillen van opwinding! Hij leefde en wilde met alle kracht die hij in zich had aan het werk gaan. Het leek alsof het hart zijn gedachten kon lezen, want het sprak:

‘Ga met liefdevolle kracht aan het werk. Bescherm de mens zodat hij gelukkig kan zijn en een bijdrage kan leveren in de kosmos.’

We waren met z’n allen weer aan het werk gegaan. De meesten gingen naar de prostaat, maar er waren ook cellen die in het bot en de lever gingen helpen. Ik had bovendien een groep cellen de opdracht gegeven om overal in de mens een kijkje te gaan nemen.

‘Reis door de gehele mens’, had ik gezegd, ‘en help alle cellen die je tegenkomt hun taak zo goed mogelijk uit te voeren. Recycle cellen waar dat nodig is, zodat de mens gezond kan blijven en een bijdrage kan leveren in de kosmos’.

Zelf ging ik terug naar de prostaat. Ik wilde onderzoeken of de lege cellen werkelijk in staat waren spontaan in prostaatcellen te veranderen. De eerste uren had ik niets in die richting kunnen ontdekken. De leegte leek taaier en onverstoorbaarder dan ooit tevoren. Ik had het gevoel dat de immuuncellen een terugslag ondervonden na het succes van de afgelopen dagen. Ook waren velen nog onder de indruk van de les die ze van het hart hadden gekregen. Ik had het gevoel dat de immuuncellen vandaag behoefte hadden aan rust, in plaats van in de prostaat aan de slag te gaan. Ze moesten hun ervaringen verwerken. Daarom riep ik ze bij elkaar.

‘Ga vandaag op reis door de mens. Praat met de cellen die je tegenkomt en moedig ze aan. Bedank elke cel voor het werk dat hij doet’, sprak ik eenvoudig en ik gaf direct het goede voorbeeld. Ik knikte vriendelijk naar een prostaatcel, wurmde me door de cellen van de bloedvatwand terwijl ik deze cellen innig bedankte voor het belangrijke werk dat zij deden, en voegde me in de bloedbaan op reis door de mens.

Toen ik de volgende ochtend in de prostaat terugkeerde, waren velen daar alweer met hernieuwd enthousiasme aan het werk.

Meerdere cellen kwamen even naar mij toe om me te vertellen hoe goed het hen gedaan had om door de mens te reizen. Ze hadden met allerlei cellen gesproken en ontdekt dat bijna iedereen met dezelfde problemen worstelde. Door de cellen van de mens te bedanken voor het belangrijke werk dat ze deden, hadden deze cellen weer zin gekregen om zich voor de mens in te zetten.

Anderen vertelden mij dat ze naar een stil plekje in het beenmerg waren gegaan om uit te rusten en dat ze op een gegeven moment door een stem in hun binnenste gewekt waren. Die stem had hen aangemoedigd om aan het hart terug te denken en de kracht van het hart te voelen. Ze hadden de raadgevingen van deze stem opgevolgd en voelden zich nu sterk en liefdevol. Eén cel was op mij afgestapt en had gezegd:

‘Bondgenoot, mijn hele leven was ik te lief en aardig. Gisteren heeft het hart mij laten voelen hoe sterk liefde kan zijn en dat liefde sterk moet zijn om werkelijk iets voor de mens te betekenen. Ik heb de hele nacht met de lege cellen gestreden. Het is me nog niet gelukt om van ze te winnen, maar ik voel dat het me binnenkort gaat lukken. Ik heb vertrouwen in mezelf!’

Ik kreeg kippenvel en ging bijna huilen, niet van verdriet, maar van geluk.

‘Mooi, immuuncel’, zei ik geëmotioneerd, ‘ik ben heel blij voor je’.

– Einde tekstgedeelte

Bestel Bondgenoot hier.

 

    Comment Section

    0 reacties op “Bondgenoot, autobiografie van een immuuncel – creativiteit

    Plaats een reactie


    *