Wie is Bondgenoot?

Bondgenoot is de hoofdpersoon in het boek
‘Bondgenoot, de autobiografie van een immuuncel.

In deze meeslepende parabel vertelt Bondgenoot, een immuuncel in het lichaam, zijn levensverhaal. Hij beschermt de mens tegen vijanden en inspireert de mens om zijn unieke opdracht te vervullen. Na een zware strijd ontdekt hij het geheim van genezing.

Bondgenoot stelt zich voor

Uiteindelijk heb ik de leegte in mezelf overwonnen en ben ik tot volledige ontplooiing gekomen. Maar nu loop ik wel heel ver op de zaken vooruit. Laat ik bij het begin beginnen.

Ik ben een van de cellen van de mens. Om precies te zijn: ik ben een immuuncel. De andere cellen spreken mij aan met ‘Bondgenoot’. Mijn thuisbasis is het beenmerg. In tegenstelling tot de meeste andere cellen, verblijf ik niet in een bepaald orgaan, maar ben ik voortdurend op reis in de mens. Ik doorkruis daarbij ieder orgaan en verbind me met iedere cel.

Ik heb een dubbele taak, namelijk die van soldaat en die van politieagent. Enerzijds bescherm ik de mens tegen vijanden en indringers, anderzijds bewaak ik de orde en harmonie in het lichaam.

Zo dood ik bacteriën en virussen wanneer ze de mens bedreigen en treed ik op tegen cellen die hun werk niet goed doen. Op die manier probeer ik de mens te helpen gezond te blijven en goed te functioneren.

Toch gaat de vergelijking met een soldaat of een politieagent niet helemaal op, omdat ik ook nog andere taken heb. Zo herinner ik alle cellen bijvoorbeeld aan hun eigen, unieke opdracht en moedig ik ze aan hun werk zo goed mogelijk te doen. Ook versterk ik het teamgevoel onder de cellen, zodat ze samen tot veel meer in staat zijn dan ieder afzonderlijk. Tot slot heb ik ook nog te maken met de inspiratie en het levensgeluk van de mens. Hoe dat precies werkt, zal ik je straks vertellen.

Grote Wijsheid

Ik word, net als alle andere cellen in de mens, geleid door Grote Wijsheid. Het is niet bekend wat Grote Wijsheid precies is en het is ook niet bekend hoe hij de miljarden cellen van de mens tegelijkertijd kan aansturen. Sommigen denken dat Grote Wijsheid dat kan omdat hij alomtegenwoordig bewustzijn is en op die manier bij alle cellen tegelijk kan zijn. Anderen beweren dat Grote Wijsheid DNA is. Ze zeggen dat DNA zich in de kern van iedere cel bevindt en dat het, via ingewikkelde scheikundige processen, elke cel ertoe aanzet precies datgene te doen waarvoor hij bestemd is. Dat laatste klopt wel met mijn eigen ervaringen. Ik heb namelijk geregeld het gevoel dat ik van binnenuit geleid word en dat ik aanwijzingen krijg over wat ik het beste met mijn leven kan doen.

Hoewel de meningen over Grote Wijsheid dus uiteenlopen, is iedereen het er wel over eens dat Grote Wijsheid heel belangrijk is voor de mens. Wanneer Grote Wijsheid zich namelijk in de mens manifesteert, is de mens te zien als een grote stralende ster, maar als Grote Wijsheid zich om de een of andere reden uit de mens terugtrekt, is de mens ongelukkig en lijkt hij meer dood dan levend. Dat laatste heb ik zelf meegemaakt.

Mijn jeugd

Vroeger had ik een sterk contact met Grote Wijsheid. Ik borrelde altijd van enthousiasme, creativiteit en levensgeluk en ik deed niets liever dan mijn beste beentje voorzetten om de cellen van de mens te helpen. In elke situatie wist ik precies wat ik moest doen. Ik herinner me bijvoorbeeld nog de eerste keer dat ik een bacterie tegenkwam die de mens bedreigde. Ik had nog nooit een bacterie gezien en toch herkende ik het gevaar direct, en wist ik ook precies hoe ik moest handelen om de mens tegen dit gevaar te beschermen.

In de loop der jaren leverde ik zware gevechten tegen tal van ziektes. Met gevaar voor eigen leven wierp ik me daarbij in de strijd voor het behoud van de cellen om mij heen.

Daarnaast herinnerde ik elke cel die ik tegenkwam aan zijn opdracht. Wanneer ik in de buurt van een cel kwam, dan voelde die cel zich als vanzelf gestimuleerd om zijn werk zo goed mogelijk te doen. Het was alsof de cellen van de mens meer zin kregen wanneer ik in de buurt was. Daarom vond iedereen het fijn als ik er was. Ik had een gelukkige jeugd, maar mijn geluk was niet blijvend.

Het leven verliest zijn glans

Geleidelijk aan sloop er ongeluk in de mens. Niemand wist precies hoe het ongeluk in de mens had postgevat, maar ik heb altijd het gevoel gehad dat ik er op de een of andere manier schuld aan had. Ik heb namelijk een zware strijd verloren voor de mens. Het gevecht heeft jaren geduurd en de mens is in die tijd bij herhaling heel gemeen behandeld. Ik wil daarover niet in detail treden, maar de mens heeft echt enorm geleden. Ik heb dat met lede ogen moeten aanzien; ik kon er niets aan doen. Ik ben daar kapot aan gegaan. Het leven waar ik tot dan toe zo enthousiast over was, verloor zijn glans. Het hoefde niet meer voor mij. Eigenlijk ben ik toen een beetje doodgegaan. Ik heb dat echter aan niemand laten merken. Voor de buitenwereld ben ik mooi weer blijven spelen, maar diep van binnen voelde ik me heel ongelukkig.

In plaats van door de mens te reizen, bleef ik steeds vaker thuis in het beenmerg en keek televisie. Wanneer ik op televisie alle ellende, ziektes en oorlogen in de mens zag, werd ik niet meer zoals vroeger bevlogen door een verlangen om te helpen. Steeds vaker overweldigde mij een gevoel van onmacht, omdat ik in mijn eentje toch niets aan al die ellende kon doen. Het was net alsof ik het contact met Grote Wijsheid had verloren.

Meer over Bondgenoot…

 

Over de schrijver
Reactie plaatsen

arrow_drop_up arrow_drop_down